Dicksonia antarctica

Links en rechts voor de luifel bij de ingang van de kas staan twee grote varens die als trouwe wachters de kas lijken te bewaken. Het zijn Tasmaanse boomvarens met de Latijnse naam Dicksonia antarctica.
De soort komt voor in het zuidoosten van Australië en in Tasmanië, in vochtige omgevingen. De meeste varens vormen bladeren direct vanaf het grondniveau. Bij boomvarens vormen de in elkaar gevlochten plantenstelen, samen met luchtwortels een stam. Bovenop de stam ontstaan nieuwe bladeren. De geveerde bladeren ontrollen zich en groeien uit tot maximaal enkele meters. De groei van de stam gaat langzaam. Er wordt gezegd dat deze boomvaren wel 15 meter hoog kan worden, maar daar zijn de omstandigheden in Nederland niet gunstig genoeg voor. Onder de bladeren kunnen sporen worden gevormd, die voor verspreiding kunnen zorgen. Dat gebeurt pas nadat de plant minstens 20 jaar oud is.

De naam Dicksonia is een eerbetoon aan een bekende Schotse botanist en kweker James Dickson. De soortnaam antarctica verwijst naar de zuidelijke vindplaats (arctica staat voor het koude noorden, ant(i)arctica dus voor het tegenovergestelde). De naam is gegeven door een Fransman, de bioloog en wereldreiziger Jacques Labillardière. Die schreef een flora over soorten uit Australië, gepubliceerd in 1806: Novæ Hollandiæ plantarum specimen.

De planten verzamelde hij tijdens een expeditie waarop hij meevoer tussen 1791 en 1794. Deze expeditie had als doel op zoek te gaan naar een verloren Franse expeditie onder leiding van Jean-François de Galaup, comte de Lapérouse. Dat doel is niet bereikt, maar we hebben er wel een mooie flora aan overgehouden.
De graaf van Lapérouse heeft overigens bij het samenstellen van zijn bemanning een sollicitant afgewezen, de 16 jarige Corsicaan Napoléon Bonaparte. Hoe zou de geschiedenis zijn verlopen als die wel was aangenomen?

Deel dit bericht .....
Scroll naar boven