Eind oktober / begin november, als de kans op nachtvorst groter wordt, gaan de meeste kuipplanten naar binnen. Zo ook de twee exemplaren van de Encephalartos lebomboensis.
Wat gelijk opviel was dat één van de planten mooie vrouwelijke bloeiwijzen liet zien. Het zijn kegels, net als bij Coniferen.
Waar de meeste planten zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen hebben, zijn er ook planten die óf mannelijk óf vrouwelijk zijn. Dat noemen biologen tweehuizig. Ongeveer één op de twintig plantensoorten is tweehuizig. Wij hebben van de E. lebomboensis een mannelijke en een vrouwelijke plant.
De soort behoort tot de orde van Cycadeeën of Palmvarens. Niet te verwarren met de cicaden, dat zijn insecten. Qua uiterlijk doen de bomen denken aan palmbomen met een enkele stam waarop de geveerde bladeren in een kring staan. Het zijn langzame groeiers die honderden jaren oud kunnen worden.
De Cycadeeën zijn een hele oude groep plantensoorten waarvan bekend is dat ze er al waren in de tijd van de dinosaurussen. Ze komen op alle continenten van het zuidelijk halfrond voor. Er zijn 3 families, Cycadaceae, Stangeriaceae en Zamiaceae. Het geslacht Encephalartos hoort bij die laatste familie en komt alleen voor in Afrika. De lebomboensis-soort komt oorspronkelijk uit Zuid Afrika. Door ontbossing en illegale handel (die al door de V.O.C. is uitgevoerd!) wordt de soort inmiddels als bedreigd beschouwd.
Over de naamgeving is ook het één en ander te vertellen. De soortnaam komt voort uit de oorspronkelijke vindplaats, de Lebombo-bergen in de provincie Mpumalanga. De Nederlandse naam is ook afgeleid van de plek waar de soort werd ontdekt: de Piet Retief broodboom. Broodboom omdat de zetmeelhoudende stam werd geraspt en werd gebruikt als voedsel. Niet zo gezond, want deze bevat giftige stoffen.
De plaats ‘Piet Retief’ is genoemd naar één van de leiders van de trektocht van de boeren als gevolg van de afschaffing van de slavernij door de Engelsen in 1833. Piet Retief werd samen met andere boeren in 1837 gedood in opdracht van de toenmalige Zoeloe-koning.

